← 返回案例摘要

案例研究 · 判决全文

荷兰 Ola 司机数据案

荷兰司法机构:ECLI:NL:RBAMS:2021:1019

判决全文第 3 页,共 10 页查看来源文件 ↗

Het verzoek onder I (iii) is gegrond op de artikelen 15 lid 1 aanhef en onder h en 22 AVG (geautomatiseerde besluitvorming en profilering). Volgens [verzoekers] maakt Ola bij de uitvoering van de overeenkomst met [verzoekers] gebruik van geautomatiseerde besluitvorming en profilering. De in de privacyverklaring en het document ‘How we process your data’ opgenomen toelichting daarop is niet volledig. Bij het toepassen van profilering moet Ola op grond van overweging 71 van de AVG passende procedures hanteren en maatregelen treffen om een voor de betrokkene behoorlijke en transparante verwerking te garanderen. Ook moeten discriminerende gevolgen van profilering worden voorkomen. Om te kunnen beoordelen of Ola bij het gebruik daarvan aan de vereisten van artikel 22 lid 3 AVG voldoet hebben [verzoekers] belang bij inzage in geautomatiseerde besluitvorming en profilering, informatie over de onderliggende logica en de verwachte gevolgen van die verwerking.

3.4.

Het verzoek onder II is gegrond op artikel 20 lid 1 AVG (overdraagbaarheid van gegevens of dataportabiliteit). Volgens [verzoekers] moet Ola hen de mogelijkheid bieden om de persoonsgegevens direct te downloaden en aan een andere verwerkingsverantwoordelijke door te zenden. Dit kan worden bewerkstelligd door gebruik te maken van een Application Programming Interface (hierna: API) of van een Trusted Third Party (TTP). [verzoekers] hebben Ola verzocht de persoonsgegevens te verstrekken in een CSV-bestand, maar Ola heeft slechts een klein deel van de persoonsgegevens in dit bestands’formaat’ (de aanhalingstekens worden hierna weggelaten) verstrekt.

3.5.

Het opleggen van de onder III verzochte dwangsom is volgens [verzoekers] gerechtvaardigd vanwege het grote belang van [verzoekers] bij inzage en overdracht van hun persoonsgegevens en de financiële draagkracht van Ola.

3.6.

[verzoekers] stellen de volgende belangen te hebben bij hun verzoeken:

in verschillende landen worden procedures gevoerd over de vraag of tussen aanbieders van ‘Ride Hailing apps’ en chauffeurs een arbeidsrelatie bestaat. Van belang hierbij is de mate waarin zulke aanbieders managementcontrole hebben die zij onder meer uitoefenen door middel van algoritmes en geautomatiseerde besluitvorming;

de Britse rechter heeft geoordeeld dat chauffeurs recht hebben op minimumloon en vakantietoeslag voor elk uur dat zij op een ‘Ride Hailing platform’ zijn ingelogd. Om hun loon te berekenen hebben [verzoekers] toegang tot hun gegevens nodig;

de verzochte gegevens zijn nodig voor chauffeurs om zich te organiseren en collectieve onderhandelingsmacht op te bouwen;

transparantie over de gegevensverwerking is nodig om de belangen van chauffeurs ten opzichte van platformaanbieders te behartigen;

bij beslissingen over hun licentie als chauffeur worden chauffeurs beoordeeld op hun geschiktheid, waarbij hun staat van dienst en gedrag relevant is. Daarom hebben [verzoekers] belang bij onbeperkte toegang tot hun gegevens;

de Britse rechter heeft geoordeeld dat chauffeurs recht hebben op bescherming tegen discriminatie. Om te kunnen bepalen of sprake is van discriminatie of ongelijke behandeling hebben chauffeurs inzage nodig in de berekening van hun ‘rating’ in de Ola Driver App;

de verzochte gegevens zullen beschikbaar worden gesteld aan WIE.

Ola voert verweer. Zij verzoekt [verzoeker 3] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek om gegevens over te dragen en verder om de verzoeken af te wijzen, of (deels) toe te wijzen met inachtneming van de door Ola genoemde omstandigheden en waarborgen, met veroordeling van [verzoekers] in de proceskosten (inclusief nakosten), te vermeerderen met wettelijke rente.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank moet ambtshalve onderzoeken of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en zo ja, of deze rechtbank relatief bevoegd is van de verzoeken van [verzoekers] kennis te nemen. Dat is het geval, omdat Ola in het arrondissement Amsterdam is gevestigd (artikel 4 Brussel I bis-Verordening en artikel 262 aanhef en onder a Rv ).

4.2.

Voor zover de verzoeken van [verzoekers] berusten op de AVG is deze als Europese verordening rechtstreeks toepasselijk. Uit het feit dat partijen zich tevens (aanvullend) baseren op het Nederlandse recht, leidt de rechtbank af dat partijen impliciet rechtskeuze voor de toepassing van het Nederlandse recht hebben gedaan als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Rome I-Verordening.

4.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat Ola heeft te gelden als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 onder 7 AVG.

Geen belang, misbruik van recht?

4.4.

Ola voert aan dat [verzoekers] geen eigen belang in de zin van artikel 3:303 BW hebben bij hun verzoeken in deze procedure, omdat hiermee enkel de belangen van ADCU worden gediend of de algemene belangen van chauffeurs die gebruik maken van platformdiensten.