← Back to case summary

Case studies · Full order

Netherlands Ola Driver Data Access Case

Amsterdam Court of Appeal: 2023 Ola order 804

Full orderPage 13 of 15View source file ↗

Ola heeft, op haar beurt, in incidenteel hoger beroep grief 4 aangevoerd tegen rov. 4.51 van de bestreden beschikking, waarin de rechtbank onder meer heeft overwogen dat op Ola een verbod rust om [appellant sub 1] c.s. te onderwerpen aan geautomatiseerde besluitvorming, zonder menselijke tussenkomst, aangaande het opleggen van een korting of een boete en dat een uitzondering op dit verbod zich hier niet voordoet. Deze grief kan niet tot vernietiging van de bestreden beschikking leiden. Ola voert weliswaar terecht aan dat de onderhavige procedure over het inzagerecht gaat en niet over de rechtmatigheid van de geautomatiseerde besluitvorming. Dit vormt evenwel voor het hof geen grond om tot een andere conclusie te komen dan de rechtbank in rov. 4.52 heeft gedaan, waarin zij heeft beslist, kort samengevat, dat Ola ten aanzien van het geautomatiseerde besluitvormingsproces waarmee wordt bepaald dat ritten niet geldig zijn en als gevolg daarvan kortingen of boetes worden opgelegd de in artikel 15 lid 1, sub h), AVG bedoelde informatie aan [appellant sub 1] c.s. moet verstrekken. Verder is van belang dat Ola tegen rov. 4.52 geen grief heeft gericht. Voor het geval Ola heeft bedoeld dit alsnog te doen ter zitting, middels de punten 7.6 -7.8 van haar pleitnota, merkt het hof op dat dit te laat is, want in strijd met de twee-conclusieregel.

c) Zijn de door [appellant sub 1] c.s. genoemde besluiten uitsluitend gebaseerd op geautomatiseerde verwerking?

3.42

Aangezien hiervoor (in punt 3.37-3.40) is geconcludeerd dat de besluitvorming in de vorm van de ‘fraud probability score’ respectievelijk het ‘earning profile’ alsmede de toedeling van ritten de chauffeurs in aanmerkelijke mate treft, dient de vraag te worden beantwoord of deze besluitvorming is gebaseerd op uitsluitend geautomatiseerde verwerking. Het is aan [appellant sub 1] c.s. om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de onderhavige categorieën van besluiten uitsluitend zijn gebaseerd op geautomatiseerde verwerking, met dien verstande dat bij de betwisting daarvan er een verzwaarde motiveringsplicht rust op Ola, omdat de voor deze stelling respectievelijk betwisting benodigde gegevens zich grotendeels in het domein van Ola bevinden.

3.43

Ten aanzien van de ‘fraud probability score’ wijst het hof erop dat, anders dan Ola betoogt en anders dan de rechtbank overweegt, het hier niet gaat om de vraag of er ‘op basis van’ deze score geautomatiseerde besluitvorming plaatsvindt, maar om de vraag of deze score zélf tot stand komt op basis van uitsluitend geautomatiseerde verwerking. [appellant sub 1] c.s. hebben gesteld dat dit het geval is en Ola heeft dit niet, althans onvoldoende betwist. Ola heeft ook niet gesteld dat sprake is van daadwerkelijke menselijke tussenkomst bij de totstandkoming van deze score.

3.44

Ten aanzien van de totstandkoming van het ‘earning profile’en de toedeling van ritten heeft Ola evenmin voldoende gemotiveerd betwist dat dit geschiedt op basis van uitsluitend automatische verwerking, zonder menselijke tussenkomst.

3.45

De slotsom is dan ook dat deze drie categorieën van besluitvorming vallen onder de reikwijdte van artikel 22 lid 1 AVG, en daarmee onder de reikwijdte van artikel 15 lid 1, sub h), AVG. De conclusie is dat Ola de op artikel 15 lid 1, sub h), AVG gebaseerde informatieverzoeken van [appellant sub 1] c.s. ten onrechte heeft afgewezen wat betreft de totstandkoming van de ‘fraud probability score’, het ‘earning profile en de toedeling van ritten. De grieven 6, 7 en 9 slagen dan ook.

d) Kan Ola zich beroepen op een uitzondering op het in artikel 15 lid 1, sub h) AVG vervatte informatierecht?

3.46

Ola heeft in haar verweerschrift in eerste aanleg (punt 3.11.5-3.11.6) nog als verweer gevoerd dat de door [appellant sub 1] c.s. gevraagde informatie bedrijfsgeheimen bevat inzake haar verdienmodel en inzake door Ola genomen veiligheidsmaatregelen. Als zij [appellant sub 1] c.s. daarover informatie zou verschaffen, zou dat kunnen leiden tot omzeiling van die maatregelen en zou dit kunnen leiden tot oneerlijke mededinging.

3.47

Artikel 23 lid 1, sub i), AVG bepaalt dat de reikwijdte van de verplichtingen en rechten als bedoeld in, onder meer, artikel 15 van de AVG, onder bepaalde voorwaarden kan worden beperkt door de lidstaten indien die beperking noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. In de Nederlandse wetgeving is een dergelijke beperking neergelegd in artikel 41 lid 1, sub i), UAVG. Naar het oordeel van het hof biedt deze bepaling evenwel onvoldoende grond voor het oordeel dat Ola gerechtigd is om de informatieverzoeken van [appellant sub 1] c.s. in hun geheel af te wijzen. Een volledige afwijzing van die verzoeken is namelijk niet in overeenstemming met de door artikel 41 lid 1, sub i), UAVG vereiste evenredigheid en noodzakelijkheid, althans Ola heeft onvoldoende gesteld voor het oordeel dat een volledige afwijzing wel evenredig en noodzakelijk zou zijn met het oog op de bescherming van haar bedrijfsgeheimen. Ten overvloede wijst het hof nog op punt 63 uit de preambule van de AVG, waarin wordt overwogen dat overwegingen aangaande de rechten of vrijheden van anderen niet ertoe mogen leiden dat de betrokkene alle informatie wordt onthouden. Dit verweer van Ola ter verdediging van haar afwijzing van de informatieverzoeken wordt dan ook door het hof verworpen.

e) Op welke wijze moet gevolg worden gegeven aan een informatieverzoek als bedoeld in artikel 15 lid 1, sub h), AVG?

3.48