Het vorenstaande betekent dat er op de voet van artikel 15 lid 1, sub h), AVG een informatierecht bestaat voor zover de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene ‘onderwerpt’ aan ‘een uitsluitend op geautomatiseerde verwerking, waaronder profilering, gebaseerd besluit waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem anderszins in aanmerkelijke mate treft’.
3.34
In de EDPB richtsnoeren (zie hiervoor onder 3.4) wordt in hoofdstuk IV, onder paragraaf B, ingegaan op onder meer de vraag wat moet worden verstaan onder een besluit dat de betrokkene ‘anderszins in aanmerkelijke mate treft’. Hierin wordt opgemerkt dat uit de formulering blijkt dat in artikel 22 AVG ‘alleen ernstige, aanzienlijke effecten worden bedoeld’ en voorts dat de drempel voor ‘aanmerkelijke mate’ ‘vergelijkbaar moet zijn met de mate waarin de betrokken wordt getroffen bij een besluit waaraan een rechtsgevolg verbonden is’.
b) Betreft het informatieverzoek besluiten waaraan rechtsgevolgen voor [appellant sub 1] c.s. zijn verbonden of die hen anderszins in aanmerkelijke mate treffen?
3.35
[appellant sub 1] c.s. hebben hun grieven 6 tot en met 9 gericht tegen de afwijzing door de rechtbank (in rov. 4.45, 4.47, 4.49 en 4.50 van de bestreden beschikking) van hun informatieverzoeken en toegespitst op een viertal categorieën van besluitvorming, die hierna achtereenvolgens zullen worden besproken.
3.36
In de eerste plaats wensen [appellant sub 1] c.s. informatie over de zogenaamde ‘fraud probability score’. In haar verweerschrift in hoger beroep omschrijft Ola deze categorie als volgt: ‘een score die intern wordt uitgedrukt als ‘verdacht’ of ‘niet verdacht’. De score wordt bepaald aan de hand van informatie met betrekking tot de frequentie en het totale aantal van herberekeningen van in rekening gebrachte rit-kosten nadat een klant hiertegen succesvol bezwaar maakt, alsmede het aantal keren dat een rekening is na-gecalculeerd vanaf dezelfde account.’ Verder stelt Ola dat de fraud probability score is bedoeld voor intern gebruik en alleen door medewerkers van Ola wordt gebruikt ‘om bepaalde chauffeurs extra in de gaten te houden’. In de (niet bestreden) bewoordingen van de rechtbank gaat het om een risicoprofiel waarmee een voorspelling wordt gedaan over het gedrag en de betrouwbaarheid van de chauffeur.
3.37
Ola heeft niet ontkend dat er dergelijke profielen bestaan van [appellant sub 1] c.s. Sterker nog, Ola heeft [appellant sub 1] c.s. laten weten dat zij (inmiddels) in het segment ‘niet verdacht’ zijn opgenomen. Naar het oordeel van het hof treft deze score [appellant sub 1] c.s. in aanmerkelijke mate. Van deze score hangt immers af of Ola al dan niet overgaat tot nadere maatregelen jegens de chauffeur. Daar komt bij dat de score, als die negatief is, een ernstige aantijging impliceert jegens de chauffeur, die ook nog andere zware repercussies kan hebben, zoals [appellant sub 2] ter zitting heeft toegelicht en niet door Ola is betwist, zoals een melding bij de toezichthouder Transport for [plaats A] en de intrekking van de taxilicentie. Aanvankelijk had Ola [appellant sub 2] verdacht van fraude en het heeft [appellant sub 2] bijzonder veel moeite gekost om deze verdachtmaking gewist te krijgen uit het systeem van Ola. Doordat hij geen informatie had over hoe de beschuldiging tot stand was gekomen, heeft hij zich ook niet goed kunnen verweren. Dat de score bij [appellant sub 1] c.s. uiteindelijk positief is uitgevallen, doet niet af aan het belang van die score. Uit het document ‘How we process your data’ blijkt bovendien dat de score van belang is bij de toedeling van ritten door Ola. Het argument van Ola, opgeworpen in (punt 7.4.1 van) haar incidenteel hoger beroep, dat het hier gaat om besluitvorming voor intern gebruik slaagt niet, aangezien die omstandigheid de score niet onttrekt aan de werkingssfeer van artikel 22 lid 1 AVG.
3.38
In de tweede plaats verzoeken [appellant sub 1] c.s. om informatie over de totstandkoming van het zogenaamde ‘earning profile’: dit is een indeling van de chauffeur in een cohort, welke indeling gebruikt wordt voor het doen van speciale aanbiedingen aan chauffeurs , in die zin dat zij extra zouden kunnen verdienen ten opzichte van de reguliere compensatie, aldus Ola in haar verweerschrift in hoger beroep. Die indeling komt tot stand op basis van verschillende parameters, zoals de wekelijkse inlogtijd, de gegenereerde omzet en de ‘acceptance rate’ van de chauffeur. De parameters worden regelmatig bijgewerkt en bijgesteld. Naar het oordeel van het hof hebben [appellant sub 1] c.s. voldoende gemotiveerd gesteld en heeft Ola onvoldoende gemotiveerd betwist dat de uitkomst van deze profilering c.q. indeling in een bepaald cohort de chauffeurs in aanmerkelijke mate treft, aangezien zij van invloed is op de ritten die hen worden aangeboden alsmede op de prijzen die hen daarvoor worden aangeboden en het al of niet in aanmerking komen voor speciale aanbiedingen. Dit blijkt ook onverkort uit het document ‘How we process your data’. Ola heeft weliswaar gesteld maar onvoldoende toegelicht dat het gebruik van het ‘earning profile’ zoals dat is omschreven in dit document heden ten dage niet meer geldt. Het hof gaat er dan ook van uit dat bij elke passagier die de chauffeurs vervoeren het ‘earning profile’ aldus wordt toegepast. Het gaat dus om elkaar opvolgende besluiten met telkens financiële gevolgen die bepalend zijn voor de inkomsten die zij kunnen verwerven.
3.39
In de derde plaats wensen [appellant sub 1] c.s. informatie over het systeem Guardian: dit is een tool waarmee, aan de hand van de parameter locatie, afwijkende patronen in locatie kunnen worden gesignaleerd, zoals bijvoorbeeld een onaangekondigde tussentijdse stop. Dit ter bescherming van zowel passagier als chauffeur. Na afgifte van een signaal dat wijst op een opvallende situatie, zo heeft Ola toegelicht en is door [appellant sub 1] c.s. onvoldoende betwist, neemt personeel van Ola contact op met de passagier of chauffeur. In het licht van deze toelichting komt het hof tot het oordeel dat deze besluitvorming middels Guardian geen rechtsgevolgen voor [appellant sub 1] c.s. dan wel anderszins aanmerkelijke gevolgen in het leven roept. Voor zover [appellant sub 1] c.s. in dit verband verwijzen naar een persbericht heeft Ola de juistheid daarvan voldoende weersproken. Dit leidt tot het oordeel dat het door Ola omschreven gebruik van ‘Guardian’ niet valt aan te merken als besluitvorming in de zin van artikel 22 AVG. Grief 8 faalt dan ook
3.40
In de vierde plaats verzoeken [appellant sub 1] c.s. om informatie over de wijze waarop ritten worden toegedeeld. [appellant sub 3] heeft ter zitting toegelicht dat het systeem van de toedeling van ritten voor hem aanmerkelijke gevolgen heeft, aangezien hij actief is op de app, maar geen ritten krijgt aangeboden, ook niet nadat hij contact had opgenomen met Ola. Hij wil graag weten hoe tot dit besluit is gekomen. Naar het oordeel van het hof valt niet te ontkennen dat voor [appellant sub 3] het systeem van toedeling van ritten in concreto aanmerkelijke gevolgen heeft aangezien dit grote financiële gevolgen voor hem heeft qua inkomsten.
3.41