← Back to case summary

Case studies · Full order

Netherlands Ola Driver Data Access Case

Amsterdam Court of Appeal: 2023 Ola order 804

Full orderPage 9 of 15View source file ↗

Deze grief faalt. Ola heeft gemotiveerd gesteld dat [appellant sub 1] c.s. reeds toegang hebben tot de verzochte transactiedata en boekingsgeschiedenis (inclusief geannuleerde boekingen), met uitzondering weliswaar van de gegevens van derden. [appellant sub 1] c.s. hebben dit niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist. Het gaat er [appellant sub 1] c.s. kennelijk vooral om, zoals ook uit de pleitnota van [appellant sub 1] c.s. blijkt, om toegang te krijgen tot gegevens van iedere betrokken passagier afzonderlijk. Het hof wijst er evenwel op, zoals ook de rechtbank in rov. 4.22 heeft gedaan, dat Ola gehouden is - op grond van artikel 15 lid 4 AVG - de rechten en vrijheden van anderen in acht te nemen. Aldus is Ola gehouden om inzage in de ‘customer transactions’, ‘booking cancellation history’ en ‘booking acceptance history’ op zodanige wijze te verstrekken dat zij niet herleidbaar zijn tot individuele passagiers. Terzijde merkt het hof op dat artikel 41 UAVG, anders dan [appellant sub 1] c.s. betogen, in dit verband niet relevant is, aangezien die bepaling een implementatie is van artikel 23 AVG, welke bepaling hier niet aan de orde is. Wat betreft het argument van [appellant sub 1] c.s. dat Ola voor ieder van hen afzonderlijk moet toetsen of rechten van derden moeten worden beschermd overweegt het hof als volgt. Het moge zo zijn dat in een specifiek, concreet geval de conflicterende rechtmatige belangen van de verschillende betrokkenen tegen elkaar moeten worden afgewogen, om vast te stellen of er een hoger belang bestaat dat een weigering om aan de betrokkene toegang tot de persoonsgegevens van een derde rechtvaardigt, maar in dit geval hebben [appellant sub 1] c.s. zonder enige beperking verzocht om inzage in alle hen betreffende persoonsgegevens in de drie voorgenoemde categorieën. Naar het oordeel van het hof kan bij een dergelijk ruim verzoek om inzage in persoonsgegevens die duizenden passagiers betreffen niet van de verwerkingsverantwoordelijke worden verlangd dat hij per transactie of annulering nagaat welk belang de doorslag geeft. [appellant sub 1] c.s. hebben geen concrete transactie of annulering genoemd en daarbij dus ook niet concreet gemotiveerd waarom hun belang om volledige inzage te krijgen in die transactie dan wel annulering (dat wil zeggen: inclusief de persoonsgegevens van een derde) zwaarder weegt dan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonsgegevens. Het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat het verzoek van [appellant sub 1] c.s. niet toewijsbaar is.

(ii) Ratings (beoordelingen door passagiers)

3.14

In rov. 4.25 van de bestreden beschikking heeft de rechtbank beslist dat Ola inzage moet verlenen in de zogenaamde ‘rating history’ en de door individuele passagiers gegeven ratings (hierna gezamenlijk aangeduid als: de ratinggegevens), voor zover deze gegevens niet kunnen worden ingezien in de Ola Driver App en met inachtneming van de (privacy)rechten van passagiers, waarbij de gegevens niet herleidbaar zijn tot de passagier die de rating heeft gegeven, bijvoorbeeld door deze gegevens in geanonimiseerde vorm te verstrekken.

3.15

[appellant sub 1] c.s. komen met grief 3 in principaal hoger beroep op tegen de weigering door de rechtbank van gegevens over de klant. Zij zijn van mening dat ten aanzien van iedere chauffeur afzonderlijk moet worden nagegaan of een beroep op artikel 15 lid 4 AVG gerechtvaardigd is. Ook bestrijden zij de overweging van de rechtbank dat informatie over de klant, zoals de naam van de klager, niet relevant is. Deze ratings kunnen immers consequenties hebben voor [appellant sub 1] c.s. bijvoorbeeld als de toezichthouder informatie gaat inwinnen over eventuele klachten. De taxilicentie, en daarmee het inkomen, staat hiermee dus op het spel.

3.16

Met grief 2 in incidenteel hoger beroep keert Ola zich tegen het uitgangspunt van de rechtbank (in rov. 4.25) dat persoonsgegevens van klanten van Ola die over [appellant sub 1] c.s. ratings hebben afgegeven zijn aan te merken als persoonsgegevens van [appellant sub 1] c.s. Ola stelt zich op het standpunt dat informatie over de beoordelaar per definitie geen persoonsgegeven over de chauffeur is, en om die reden hoe dan ook buiten het inzagerecht valt. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld wordt om die reden niet meer toegekomen aan de uitzondering van artikel 15 lid 4 AVG, aldus Ola.

3.17

Zowel de grief van [appellant sub 1] c.s. als die van Ola zijn tevergeefs aangevoerd. Het hof stelt allereerst vast dat de rechtbank in onderdeel 5.1 van het dictum, gelezen in samenhang met rov. 4.25, het verzoek om toegang tot de ratinggegevens reeds heeft toegewezen, met uitzondering van die gegevens waarmee de betrokken passagier herleidbaar is. Het verzoek van [appellant sub 1] c.s. ziet dus enkel nog op die gegevens. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank die terecht afgewezen. Anders dan Ola stelt, kunnen deze gegevens wel worden aangemerkt als persoonsgegevens van [appellant sub 1] c.s. Eenzelfde informatie kan namelijk meerdere natuurlijke personen betreffen en voor hen een persoonsgegeven vormen. In zoverre vallen ook deze gegevens in beginsel onder het inzagerecht van artikel 15 lid 1, aanhef, AVG.

3.18

Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank evenwel terecht overwogen dat Ola bij het verstrekken van inzage in de ratinggegevens gehouden is de rechten en vrijheden van de betrokken passagiers in acht te nemen en daarom gehouden is deze te anonimiseren zodanig dat zij niet herleidbaar zijn tot de persoon die de uitlatingen heeft gedaan. Het moge zo zijn dat in een specifiek, concreet geval de conflicterende rechtmatige belangen van de verschillende betrokkenen tegen elkaar moeten worden afgewogen, om vast te stellen of er een hoger belang bestaat dat een weigering om aan de betrokkene toegang tot de persoonsgegevens van een derde rechtvaardigt, maar in dit geval hebben [appellant sub 1] c.s. zonder enige beperking verzocht om inzage in alle hen betreffende ratinggegevens. Naar het oordeel van het hof kan bij een dergelijk ruim verzoek om inzage in persoonsgegevens die mede derden betreffen niet van de verwerkingsverantwoordelijke worden verlangd dat hij per ratinggegeven nagaat welk belang de doorslag geeft. [appellant sub 1] c.s. hebben geen concrete individuele rating genoemd en daarbij dus ook niet concreet gemotiveerd waarom hun belang om volledige inzage daarin te krijgen (dat wil zeggen: inclusief de persoonsgegevens van een derde) zwaarder weegt dan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonsgegevens.

3.19

[appellant sub 1] c.s. hebben ook nog gesteld dat zij op grond van hun eigen contractuele relatie met de klant recht hebben op inzage als zelfstandige verwerkingsverantwoordelijke maar dat argument treft geen doel. Het voorwerp van deze procedure is immers gelegen in het op artikel 15 van de AVG gebaseerde verzoek van [appellant sub 1] c.s. als betrokkenen aan Ola als de verwerkingsverantwoordelijke die hun persoonsgegevens verwerkt. De AVG voorziet niet in een recht op inzage in persoonsgegevens van anderen. Het hof wijst dit argument dan ook af.

(iii) GPS-data

3.20