← Back to case summary

Case studies · Full order

Netherlands Ola Driver Data Access Case

Amsterdam Court of Appeal: 2023 Ola order 804

Full orderPage 10 of 15View source file ↗

Met grief 4 in principaal hoger beroep voeren [appellant sub 1] c.s. aan dat de rechtbank (in rov. 4.28) het verzoek om toegang tot de volledige GPS gegevens (aangaande de volledige routes die een chauffeur heeft afgelegd) ten onrechte heeft afgewezen. Zij betogen dat zij recht hebben op informatie over de vervoerde passagier, dat deze informatie niet categorisch kan worden geweigerd en dat zij niet hoeven aan te tonen dat deze informatie relevant is. Bovendien kan het voorkomen dat door fouten in software of door storingen in telecommunicatienetwerken bepaalde GPS gegevens niet juist of niet actueel zijn. Ook deze gegevens komen daarom voor correctie in aanmerking. [appellant sub 1] c.s. specificeren dat zij met name de ‘Time Stamps’ willen ontvangen, dit zijn meer specifieke tijdsaanduidingen van de uitgevoerde ritten die meer informatie bieden dan de enkele vermelding van de datum. De rechtbank heeft de GPS data ten onrechte vergeleken met een ‘juridische analyse’ zoals in het IND-arrest. De Ola Driver App biedt onvoldoende functionaliteiten waarmee deze data kunnen worden ingezien.

3.21

Deze grief slaagt gedeeltelijk. Locatiegegevens kunnen worden gekwalificeerd als persoonsgegevens. Tussen partijen is niet in geschil dat Ola aan [appellant sub 1] c.s. geen volledige inzage heeft gegeven in de [appellant sub 1] c.s. betreffende locatiegegevens. Zo heeft [appellant sub 1] c.s. onbetwist gesteld dat zij slechts de GPS-data van het begin en het einde van de door hen uitgevoerde ritten in een bepaalde periode hebben ontvangen, terwijl zij juist de volledige route, voorzien van datum en tijd wensen in te zien. [appellant sub 1] c.s. heeft niet gevraagd om inzage in locatie- en bewegingsgegevens van passagiers, althans het hof kan dit niet afleiden uit de stukken. Ola heeft niet duidelijk gemaakt op welke wijze inzage in de GPS data van [appellant sub 1] c.s. tevens ertoe leidt dat – direct dan wel indirect - inzage wordt verschaft in de persoonsgegevens van individuele passagiers. Zoals hiervoor bij de bespreking van de grieven 2 en 3 is geoordeeld hebben [appellant sub 1] c.s. bij de inzage in hen betreffende transactie- en ratinggegevens geen recht op inzage in persoonsgegevens van passagiers, dus de vrees van Ola dat [appellant sub 1] c.s. het éne met het andere zullen combineren lijkt dan ook ongegrond. Het hof is, gelet op dit alles, van oordeel dat Ola dit verzoek van [appellant sub 1] c.s. wat betreft hun eigen locatiegegevens volledig moet toewijzen op een wijze die, overeenkomstig artikel 15 lid 4 AVG, geen afbreuk doet aan de rechten en vrijheden van de passagiers of andere derden. Welk doel [appellant sub 1] c.s. voor ogen hebben met dit deel van hun inzageverzoek is niet relevant voor de vraag of het verzoek toewijsbaar is, net zo min als de vraag of GPS-data voor correctie in aanmerking komen. In zoverre slaagt de grief. Echter, voor zover [appellant sub 1] c.s. met hun grief (ook) hebben beoogd om direct dan wel indirect inzage te krijgen in de locatiegegevens van individuele passagiers faalt de grief om de reden zoals het hof die hiervoor, onder 3.18, ten aanzien van de ratings uiteen heeft gezet.

(iv) Device data

3.22

Met grief 5 in principaal hoger beroep keren [appellant sub 1] c.s. zich tegen rov. 4.31 van de bestreden beschikking waarin de rechtbank het verzoek om inzage in device data heeft afgewezen omdat dit te algemeen is geformuleerd. [appellant sub 1] c.s. stellen dat het aan Ola is om te specificeren welke ‘device data’ er worden verwerkt. Subsidiair specificeren [appellant sub 1] c.s. hun verzoek, onder verwijzing naar het How we process your data document, door thans om toegang te vragen tot ‘device details, IP address, device mobile number, login time en frequency and time of usage site/application/services.’

3.23

Deze grief slaagt. De door [appellant sub 1] c.s. verzochte inzage betreffen gegevens over de mobiele telefoons die zij gebruiken om hun ritten uit te voeren en om de Ola Driver App te bedienen. Ola betwijfelt of het hier om persoonsgegevens betreffende [appellant sub 1] c.s. gaat. Het hof is evenwel van oordeel dat de door [appellant sub 1] c.s. gevraagde device gegevens zijn aan te merken als persoonsgegevens in de zin van artikel 4 AVG. Het gaat immers om informatie over een identificeerbare natuurlijke persoon in de zin van die bepaling. Ola heeft onvoldoende toegelicht waarom de device gegevens geen informatie bevatten over de chauffeurs . Zo bijvoorbeeld bevatten de device details (IMIE-nummer, merk, model en versie) informatie over het door de chauffeur gebruikte toestel en daarmee informatie over de chauffeur. Hetzelfde geldt voor de ‘login time’ en voor de frequentie en de duur van het gebruik van de Ola Driver app. Het valt niet te ontkennen dat dit informatie bevat over de chauffeur in de zin van artikel 4, sub 1, AVG. Ola heeft het verzoek van [appellant sub 1] c.s. dan ook ten onrechte afgewezen, zij het dat Ola (in punt 4.5.4 van het verweerschrift in hoger beroep) onbetwist heeft gesteld dat zij de device mobile numbers wel reeds heeft verstrekt aan [appellant sub 1] c.s.

(v) De persoonsgegevens in het kader van de Fraud probability score

3.24

In rov. 4.45 van de bestreden beschikking heeft de rechtbank beslist dat Ola [appellant sub 1] c.s. inzage moet verstrekken in de persoonsgegevens van [appellant sub 1] c.s. die Ola heeft gebruikt om het risicoprofiel van [appellant sub 1] c.s. op te stellen en de gegevens over de segmenten waarin [appellant sub 1] c.s. zijn ingedeeld.

3.25

Met grief 3 in incidenteel hoger beroep voert Ola aan dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op haar betoog dat de ‘fraud probability score’ een intern gegeven is dat wordt gebruikt voor de handhaving van regels en afspraken dat buiten de reikwijdte van het inzagerecht valt.

3.26

De grief van Ola faalt. Uit het hiervoor reeds aangehaalde arrest Nowak valt af te leiden dat een mening of beoordeling betreffende de individuele prestaties van een specifieke persoon, aan te merken is als informatie betreffende die persoon en dus als een persoonsgegeven. Het door Ola gehanteerde predicaat ‘verdacht’, is wel degelijk een beoordeling van Ola over het functioneren van een chauffeur en daarom aan te merken als een persoonsgegeven.

(vi) Alle overige persoonsgegevens

3.27

Met grief 1 in principaal hoger beroep verzetten [appellant sub 1] c.s. zich, primair, tegen het oordeel (in rov. 4.17 van de bestreden beschikking) dat het verzoek van [appellant sub 1] c.s. om inzage in alle persoonsgegevens die Ola van [appellant sub 1] c.s. verwerkt te algemeen en zo weinig concreet is dat het als onvoldoende bepaald wordt afgewezen. In het verlengde hiervan verzoeken zij, in hoger beroep, om Ola te bevelen om inzage in alle overige op [appellant sub 1] c.s. betrekken hebbende persoonsgegevens die zij verwerkt. Naar het oordeel van het hof faalt het primaire onderdeel van deze grief en dient ook het hiermee in verband staande verzoek in hoger beroep te worden afgewezen. Het volgende is daartoe redengevend.

3.28