← Back to case summary

Case studies · Full order

Netherlands Ola Driver Data Access Case

Amsterdam Court of Appeal: 2023 Ola order 804

Full orderPage 11 of 15View source file ↗

Het staat tussen partijen vast dat Ola een bijzonder groot aantal persoonsgegevens verwerkt van [appellant sub 1] c.s. Ook staat vast dat [appellant sub 1] c.s. in hun initiële inzageverzoek (uit juni respectievelijk augustus 2020) reeds een behoorlijk aantal categorieën persoonsgegevens hadden gespecificeerd, met de opmerking dat dit geen limitatieve opsomming was. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het op de weg van [appellant sub 1] c.s. had gelegen om (middels een nieuw of aanvullend initieel inzageverzoek) hun eerste inzageverzoek nader te specificeren dan wel uit te breiden. Het argument van [appellant sub 1] c.s. dat het voor hen feitelijk onmogelijk was om hun inzageverzoek te specificeren treft geen doel. Het hof wijst erop dat [appellant sub 1] c.s. op de voet van artikel 15 lid 1, sub b), AVG aan Ola hadden kunnen vragen om informatie over de betrokken categorieën van persoonsgegevens die door Ola worden verwerkt. Aan de hand van dat antwoord hadden zij een nieuw of aanvullend inzageverzoek bij Ola kunnen indienen. Op deze manier zou Ola als verwerkingsverantwoordelijke de gelegenheid hebben gehad om daarop te beslissen, alvorens deze nadere specificatie c.q. uitbreiding van het inzageverzoek voorwerp zou worden van een gerechtelijke procedure. [appellant sub 1] c.s. hebben niet gesteld dat zij een informatieverzoek (over de betrokken categorieën persoonsgegevens) in de zin van artikel 15 lid 1, sub b), AVG hebben ingediend bij Ola. [appellant sub 1] c.s. hebben in dit opzicht ten onrechte het initiatief neergelegd bij Ola. Dat de verwerkingsverantwoordelijke, zoals Ola, eerst de gelegenheid moet hebben gehad om te beslissen op een inzage- c.q. informatie- c.q. overdraagbaarheidsverzoek alvorens dit verzoek voorwerp wordt van een gerechtelijke procedure, vloeit naar het oordeel van het hof mede voort uit de door artikel 35 UAVG voorgeschreven rechtsgang. Dat artikel bepaalt dat de belanghebbende (in dit geval: [appellant sub 1] c.s.) zich tot de rechtbank kan wenden met het schriftelijk verzoek de verwerkingsverantwoordelijke (in dit geval: Ola) te bevelen het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening alsnog toe of af te wijzen. In deze verzoekschriftprocedure heeft het hof dus te oordelen over het initiële (inzage- c.q. informatie- c.q. overdraagbaarheids)verzoek van [appellant sub 1] c.s. zoals zij dat in 2020 hebben ingediend bij Ola. Zou de belanghebbende worden toegestaan dit initiële (inzage- c.q. informatie- c.q. overdraagbaarheids)verzoek in de (gerechtelijke) procedure te wijzigen of uit te breiden, dan wordt hiermee de verwerkingsverantwoordelijke de gelegenheid ontnomen om zich buitengerechtelijk uit te laten over de toewijsbaarheid van dat gewijzigde verzoek. Naar het oordeel van het hof verzetten zowel artikel 35 UAVG als de goede procesorde zich hiertegen.

3.29

Als subsidiair onderdeel van grief 1 hebben [appellant sub 1] c.s. aangevoerd dat ten aanzien van de categorieën persoonsgegevens die zij wel reeds in hun initiële inzageverzoek hadden opgesomd, niet alle persoonsgegevens zijn verstrekt. Zij verwijzen in dit verband naar een door hen gemaakt overzicht in productie 1 bij het beroepschrift. Ter zitting hebben [appellant sub 1] c.s. verklaard dat een aantal van de daarin genoemde categorieën geen voorwerp meer zijn van deze procedure. Het gaat [appellant sub 1] c.s. nu alleen nog om de verstrekking van de hierboven, onder 3.8, sub I, a tot en met d genoemde categorieën, te weten:

b - aan [appellant sub 3] van zijn persoonsgegevens als genoemd in de categorie Driver lifetime trip data’, ‘timestamps’, ‘end locations’, ‘predicted duration’, en ‘distance travelled’;

d - aan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] van hun persoonsgegevens ‘timestamps’ en ‘date’ in de categorie Driver GPS data.

Ola heeft niet betwist dat zij geen inzage heeft verstrekt in deze persoonsgegevens. Het verzoek van [appellant sub 1] c.s. komt in zoverre dan ook voor toewijzing in aanmerking, zij het op zodanige wijze dat deze gegevens niet te herleiden zijn tot individuele passagiers. Dit subsidiaire onderdeel van grief 1 heeft dus succes.

De op artikel 15 lid 1, sub h), AVG gebaseerde verzoeken aangaande geautomatiseerde besluitvorming

3.30

Enkele van de aan Ola gerichte verzoeken van [appellant sub 1] c.s. zijn gebaseerd op artikel 15 lid 1, sub h), AVG waarmee zij Ola verzoeken om informatie over het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming. De rechtbank heeft de desbetreffende onderdelen van het verzoekschrift van [appellant sub 1] c.s. afgewezen, met uitzondering van het verzoek aangaande het geautomatiseerde besluitvormingsproces van Ola waarmee wordt bepaald dat ritten niet geldig zijn en als gevolg daarvan kortingen of boetes (‘penalties en deductions’) worden opgelegd. De grieven 6 tot en met 9 van [appellant sub 1] c.s. in principaal hoger beroep hebben betrekking op deze afwijzing en zien achtereenvolgens op besluitvorming in het kader van de fraud probability score, het earning profile, het systeem Guardian en de toedeling van ritten. Ola heeft in incidenteel hoger beroep een grief aangevoerd die ziet op een overweging van de rechtbank inzake geautomatiseerde besluitvorming waarbij kortingen en boetes aan de chauffeurs worden opgelegd. Die grief zal hierna, in 3.41 worden besproken.

a) De reikwijdte van artikel 15 lid 1, sub h), AVG

3.31

Het hof zal eerst ingaan op de reikwijdte en toepassingsvoorwaarden van artikel 15 lid 1, sub h), AVG, aangezien deze bepaling de grondslag vormt van het verzoek van [appellant sub 1] c.s. Het hof merkt in dit verband op dat de Nederlandse versie van artikel 15 lid 1, sub h), AVG niet helemaal duidelijk is wat betreft de daarin opgenomen verwijzing naar artikel 22 AVG. Dit is van belang, omdat het debat tussen partijen zich toespitst op de vraag of artikel 22 AVG wel van toepassing is op de door [appellant sub 1] c.s. genoemde besluiten die Ola t.a.v. hen neemt of heeft genomen. [appellant sub 1] c.s. menen van wel en Ola meent van niet.

3.32

Naar de (Nederlandse) letter gelezen, ziet het in artikel 15 lid 1, sub h), AVG opgenomen informatierecht op elke vorm van geautomatiseerde besluitvorming, ‘met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering’, en dus bijvoorbeeld ook op besluitvorming die niet uitsluitend maar slechts gedeeltelijk gebaseerd is op geautomatiseerde besluitvorming. Echter, in de Engelse respectievelijk Franse versie van deze bepaling is het informatierecht beperkt tot ‘ the existence of automated decision-making, including profiling, referred to in Article 22(1) and (4 )’ respectievelijk ‘l’existence d’une prise de décision auomatisée, y compris un profilage, visée a l’article 22, paragraphes 1 et 4’. Afgaande op deze teksten gaat het hof ervan uit dat het in artikel 15 lid 1, sub h), AVG vervatte informatierecht louter ziet op díe vorm van geautomatiseerde besluitvorming die is bedoeld in artikel 22 leden 1 en 4 van de AVG. Voor een dergelijke uitleg (die dus afwijkt van de letter van de Nederlandse tekst) pleit eveneens dat de verwijzing, in de Nederlandse versie van artikel 15 lid 1, sub h), AVG, naar de in artikel 22 lid 4 bedoelde profilering niet juist kan zijn, aangezien in dat vierde lid het begrip ‘profilering’ niet voorkomt. Tot slot valt voor deze uitleg steun te vinden in de EDPB richtsnoeren. In hoofdstuk IV, paragraaf E, subparagraaf 2, van die richtsnoeren is ook met zoveel woorden bepaald dat het in artikel 15 lid 1, sub h), AVG opgenomen informatierecht ziet op informatie over ‘uitsluitend geautomatiseerde besluitvorming’.

3.33