Naar het oordeel van het hof meent Ola ten onrechte dat zij reeds heeft voldaan aan deze verzoeken middels verwijzing naar haar privacy policy. Artikel 15 lid 1, sub h), AVG schrijft immers voor dat betrokkene recht heeft op informatie over het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming (als bedoeld in artikel 22 AVG), met inbegrip van profilering, en, zo dat het geval is, ‘ nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene. Van belang hierbij is dat het gaat om ‘nuttige informatie’, dat wil zeggen zodanige informatie dat de betrokkene met voldoende kennis van zaken kan beslissen of hij al dan niet zijn door de AVG gewaarborgde rechten, zoals het recht op rectificatie of inzage of het recht om rechtsmiddelen aan te wenden, wenst uit te oefenen. Zoals de EDPB richtsnoeren voorschrijven, moet de verwerkingsverantwoordelijke op de voet van artikel 15 lid 1, sub h), AVG de betrokkene algemene informatie verstrekken die van nut is om het besluit aan te vechten, met name informatie over factoren die in het besluitvormingsproces in aanmerking zijn genomen, en hun respectieve ‘weging’ op een geaggregeerd niveau. De verstrekte informatie moet volledig genoeg zijn voor de betrokkene om de redenen van het besluit te kunnen begrijpen. Uit die richtsnoeren vloeit evenwel ook voort dat het niet noodzakelijkerwijs een ingewikkelde toelichting over de gebruikte algoritmen of een uiteenzetting van het volledige algoritme hoeft te zijn. Met deze laatste begrenzing wordt naar het oordeel van het hof voldoende rekening gehouden met de belangen van, in dit geval Ola, wat betreft de door haar genoemde bedrijfsgeheimen. Ola heeft nagelaten aan te tonen dat het door haar genoemde document voldoet aan de voorschriften zoals die voortvloeien uit artikel 15 lid 1, sub h), AVG, gelezen in het licht van de EDPB richtsnoeren. Hetzelfde geldt voor de aan [appellant sub 1] c.s. gerichte brief van 11 mei 2021, die Ola als productie 1 heeft ingebracht. Waar het om gaat is dat Ola ten minste toelicht op basis van welke factoren en welke weging van die factoren Ola tot de fraud probability score respectievelijk het earning profile alsmede de toedeling van ritten komt en [appellant sub 1] c.s. ook voorziet van andere informatie die nodig is om de redenen van die besluiten te kunnen begrijpen. In de brief van 11 mei 2021 heeft Ola ten aanzien van ‘fraud probability’ slechts volstaan met een zeer korte toelichting van ‘some of the current relevant rules’. Ten aanzien van het ‘earning profile’ heeft Ola slechts volstaan met de mededeling welke cohorten er bestaan en in welk cohort [appellant sub 1] c.s. zijn ingedeeld, met enkele vermelding van de twee gehanteerde parameters. Naar het oordeel van het hof wordt hiermee lang niet voldaan aan de door artikel 15 lid 1, sub h), AVG voorgeschreven informatie, zoals uitgelegd door de EDPB.
Het op artikel 20 AVG gebaseerde verzoek om overdraagbare gegevens
3.49
Artikel 20 lid 1 AVG bevat het recht van de betrokkene om, onder bepaalde voorwaarden, de hem betreffende persoonsgegevens die hij aan een verwerkingsverantwoordelijke heeft verstrekt, in een gestructureerde, gangbare en machineleesbare vorm te verkrijgen. Bij de uitoefening van dit recht, zo bepaalt artikel 20 lid 2 AVG, heeft de betrokkene het recht dat de persoonsgegevens, indien dit technisch mogelijk is, rechtstreeks van de ene verwerkingsverantwoordelijke naar de andere worden doorgezonden, indien dit technisch mogelijk is. De achterliggende gedachte is dat de betrokkene zijn gegevens kan meenemen naar bijvoorbeeld een andere dienstverlener en in beginsel daarvoor medewerking van de oorspronkelijke verwerkingsverantwoordelijke kan afdwingen.
3.50
Met grief 10 in principaal hoger beroep vechten [appellant sub 1] c.s. rov. 4.59 en 4.60 aan waarin de rechtbank onder meer overweegt dat [appellant sub 1] c.s. in onvoldoende mate hebben gespecificeerd op welke persoonsgegevens hun op artikel 20 AVG gebaseerde verzoek betrekking heeft. Deze grief heeft geen succes. Zoals het hof hiervoor, onder 3.28 heeft overwogen, en zoals Ola heeft betoogd, kan de op artikel 35 UAVG gebaseerde rechtsgang niet worden gebruikt om initiële overdraagbaarheidsverzoeken uit te breiden of te specificeren. Dit geldt des te meer voor [appellant sub 3] aangezien zijn initiële verzoek helemaal geen verzoek in de zin van artikel 20 AVG bevatte. Zoals Ola heeft betoogd staat het [appellant sub 1] c.s. vrij om een nieuw overdraagbaarheidsverzoek in te dienen bij Ola.
3.51
In hoger beroep hebben [appellant sub 1] c.s. in verband met hun op artikel 20 AVG gebaseerde verzoek nog om een verklaring voor recht verzocht, inhoudende dat verstrekking van gegevens in pdf-formaat niet kan worden aangemerkt als een verstrekking als bedoeld in artikel 20 lid 1 AVG. Het hof wijst in dit verband naar het
het arrest van de Hoge Raad van 31 maart 2000, ECLI:NL:HR: 2000:AA5319, rov. 3.2.2. Hieruit valt af te leiden dat de rechter op een daartoe gedaan verzoek om een verklaring voor recht aangaande een wetsbepaling deze verklaring kan uitspreken mits deze blijft binnen de grenzen van genoemde wetsbepaling en zich beperkt tot de vaststelling van de rechtsverhouding in geschil tussen de verzoeker en de verweerder. Aangezien in de onderhavige rechtsverhouding tussen [appellant sub 1] c.s. en Ola het op artikel 20 AVG gebaseerde verzoek niet voor toewijzing in aanmerking komt, wordt er niet voldaan aan de door de Hoge Raad gestelde voorwaarden en dient het verzoek om een verklaring voor recht te worden afgewezen.
De verzochte dwangsom
3.52
[appellant sub 1] c.s. verzoeken, onder verwijzing naar artikel 35 lid 5 UAVG, om oplegging van een dwangsom ter hoogte van € 3.000,00 voor iedere dag of deel daarvan dat Ola niet voldoet aan de te geven beschikking. Het hof zal deze toewijzen, aangezien Ola met name ten aanzien van de op artikel 15 lid 1, sub h), AVG gebaseerde verzoeken heeft volhard in haar standpunt dat zij deze niet hoeft toe te wijzen.
De incidentele verzoeken
3.53
In het (voorwaardelijk) incident hebben [appellant sub 1] c.s. het hof verzocht Ola op grond van artikel 843a Rv te bevelen inzage, afschrift of uittreksel over te leggen van de bij Ola berustende bescheiden en op een gegevensdrager aangebrachte gegevens
- waarin Ola heeft vastgelegd ten aanzien van welke categorieën van persoonsgegevens als genoemd in het door [appellant sub 1] c.s. verstrekte overzicht, Ola het inzageverzoek van [appellant sub 1] c.s. als bedoeld in artikel 15 lid 1 AVG heeft toegewezen respectievelijk heeft afgewezen en
- waarin is vastgelegd of Ola ten aanzien van [appellant sub 1] c.s. geautomatiseerde besluitvorming met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4 AVG bedoelde profilering, heeft toegepast.
Aangezien het hof hiervoor (in punt 3.29) heeft geoordeeld dat het verzoek van [appellant sub 1] c.s. aangaande inzage in de categorieën van persoonsgegevens zoals genoemd in hun als productie 1 ingebrachte overzicht toewijsbaar is en het hof [appellant sub 1] c.s (in punt 3.45) in het gelijk heeft gesteld wat betreft het bestaan van meerdere categorieën van geautomatiseerde besluitvorming hebben [appellant sub 1] c.s. geen belang meer bij toewijzing van hun verzoek in incident, althans zijn de voorwaarden waaronder zij dit verzoek hebben ingediend niet vervuld. Het hof zal dit verzoek in incident dan ook afwijzen.
Slotsom
3.54