← 返回案例摘要

案例研究 · 裁定或命令全文

荷兰 Ola 司机数据案

阿姆斯特丹上诉法院2023年Ola裁定804号

裁定或命令全文第 8 页,共 15 页查看来源文件 ↗

III. verstrekking van de door [appellant sub 1] c.s. verstrekte gegevens in de in het petitum onder letter e) genoemde categorieën in een gestructureerde, gangbare en machineleesbare vorm als bedoeld in artikel 20 lid 1 AVG en doorzending hiervan aan Platform Info Exchange op het in het petitum (onder letter e) genoemde adres;

Daarnaast verzoeken [appellant sub 1] c.s.:

IV. een verklaring voor recht dat verstrekking van gegevens in pdf-formaat niet kan worden aangemerkt als verstrekking in een gestructureerde, gangbare en machineleesbare vorm als bedoeld in artikel 20 lid 1 AVG, althans een bevel aan Ola om de betreffende gegevens te verstrekken in een bestandsformaat, niet zijnde het Pdf formaat;

V. een bevel aan Ola tot betaling van een dwangsom van € 3.000,00 voor iedere dag of deel daarvan dat Ola in gebreke blijft om geheel te voldoen aan de hiervoor onder I tot en met III genoemde bevelen;

3.9

Het hof zal hierna eerst ingaan op het meest verstrekkende verweer, tevens grief 1 in incidenteel hoger beroep, van Ola inhoudende dat de verzoeken van [appellant sub 1] c.s. wegens misbruik van recht moeten worden afgewezen. Daarna zal het hof achtereenvolgens ingaan op de op artikel 15 lid 1, aanhef, AVG gebaseerde verzoeken, de op artikel 15 lid 1, sub h), AVG gelezen in samenhang met artikel 22 AVG gebaseerde verzoeken, het op artikel 20 gebaseerde verzoek alsmede de verzochte verklaring voor recht. Hierbij zal het hof zowel de grieven van [appellant sub 1] c.s. in principaal hoger beroep als de grieven van Ola in incidenteel hoger beroep bespreken.

Misbruik van bevoegdheid?

3.10

Met grief 1 in incidenteel hoger beroep komt Ola op tegen de verwerping, door de rechtbank (in rov. 4.8 van de bestreden beschikking), van het door Ola gedane beroep op misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW. Ola voert aan dat de daadwerkelijk belanghebbende in deze zaak ADCU (de vakbond) lijkt te zijn, die geen partij is in deze procedure. Ola meent dat ADCU zelf een procedure had moeten voeren tegen Ola, op grond van artikel 80 AVG. Ola wijst erop dat de rechtbank heeft vastgesteld (in rov. 4.8) dat het verzoek van [appellant sub 1] c.s. voortkomt uit de wens om deze gegevens in een databank van WIE (Worker Info Exchange) op te laten nemen voor analyse met het doel de onderhandelingspositie van platformwerkers te verbeteren. Volgens Ola hebben [appellant sub 1] c.s. niet gesteld dat er nog een ander doel is.

3.11

Deze grief heeft geen succes. Ola heeft niet gesteld dat [appellant sub 1] c.s. hun bevoegdheid uitoefenen met geen ander doel dan Ola te schaden. Dat met de onderhavige verzoeken ook bepaalde vakbondsbelangen of versterking van de onderhandelingspositie van de chauffeurs worden nagestreefd neemt niet weg dat het [appellant sub 1] c.s. vrij stond om onderhavige verzoeken op de voet van de AVG in te dienen, zonder dat zij daarvoor enig belang hoeven aan te tonen. De artikelen 15 en 20 AVG vereisen een dergelijk belang immers niet. Het hof wijst in dit verband op de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (hierna: HvJEU), waarin wordt benadrukt dat de AVG met name een hoog niveau van bescherming van natuurlijke personen binnen de Unie beoogt te waarborgen en dat het door de AVG gecreëerde algemene rechtskader in dat verband uitvoering geeft aan de vereisten die voortvloeien uit het grondrecht op bescherming van persoonsgegevens dat wordt gewaarborgd door artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name de vereisten die uitdrukkelijk zijn vastgelegd in lid 2 van dat artikel. Mede in het licht van deze fundamentele doelstelling kan ook het feit dat deze procedure door de vakbond als een ‘test case’ wordt aangeduid niet tot de conclusie leiden dat [appellant sub 1] c.s. misbruik van hun bevoegdheid maken.

De op artikel 15 lid 1, aanhef, AVG gebaseerde verzoeken (inzage persoonsgegevens)

(i) Customer transactions, booking cancellation history en booking acceptance history

3.12

Met grief 2 in principaal hoger beroep komen [appellant sub 1] c.s. op tegen de afwijzing door de rechtbank (in rov. 4.22) van hun verzoek betreffende inzage van al hun persoonsgegevens in de categorieën ‘customer transactions, booking cancellation history en booking acceptance history’. Zij bestrijden in dit verband allereerst de overweging van de rechtbank dat [appellant sub 1] c.s. al over deze gegevens beschikken via de Ola Driver App. Zij stellen dat deze applicatie onvoldoende functionaliteiten biedt om de betreffende gegevens volledig en overzichtelijk te downloaden. Dit is volgens hen in strijd met artikel 12 lid 1 AVG. In de tweede plaats bestrijden zij de overweging van de rechtbank dat de gegevens van de passagiers niet relevant zijn en dat informatie over de persoon die de transactie heeft gedaan een aantasting kan opleveren van de (privacy)rechten van deze persoon. Volgens [appellant sub 1] c.s. moet Ola, krachtens artikel 41 UAVG, ten aanzien van iedere betrokkene afzonderlijk, en dus van geval tot geval, toetsen of een weigering gerechtvaardigd is met een beroep op de rechten en vrijheden van anderen, is uit hoofde van artikel 15 lid 4 AVG.

3.13